Een sluitende definitie van ‘speculatieve fictie’ bestaat niet, evenmin als dat er een sluitende definitie van ‘literatuur’ bestaat. De subgenres die er in de regel onder worden geschaard geven wel een beeld: sciencefiction, fantasy, horror, magisch realisme, steampunk, sprookjes, slipstream, weird fiction en nog veel meer. Er zijn verschillende synoniemen voor in de omloop: verbeeldingsliteratuur, fantastiek, ideeënliteratuur, ‘fantastische’ literatuur, en ‘genre’.
De beste manier om te ontdekken wat iets is, is om het te proeven. Hieronder illustreer ik met een aantal tamelijk lukraak gekozen citaten hoe breed de speculatieve ervaring kan zijn.
Hij slikt even, licht nerveus. In zijn lange leven heeft hij conflict altijd weten te vermijden, dus hij weet niet hoe ver hij kan gaan, mocht zijn leven hier in gevaar komen. Het besef dat er hier en nu een einde aan zijn bestaan kan komen, beangstigt hem, maar windt hem tegelijkertijd op. Als ik maar de kans krijg te spreken.
‘Bonjour, mes amis!’ Hij glimlacht erbij. Onmiddellijk ziet hij de houding van een aantal van de jongemannen veranderen, meer ontspannen worden.
De leider – een jongeman met veel littekens op zijn bovenlijf en armen – zegt: ‘Parijs is nu van ons, witneus. Je had hier niet moeten komen.’
Hij glimlacht hen toe en spreidt zijn handen. ‘Ach, ik heb geen kwaad in de zin en zal jullie niet lastig vallen. Laat me mijn weg vervolgen, dan ben ik des te eerder van jullie gebied af.’
(Uit: ‘De vijfde’ door Maarten Luikhoven. Gepubliceerd in Sssht, geheim! (2024). Je kunt het verhaal hier online lezen.
‘Ik laat me nooit behandelen.’
‘Voel je je dan niet verantwoordelijk?’ Ze legde haar hand op de tafel. ‘Misschien heb jij het onder controle, maar hoe zit dat straks met je zoon of kleinzoon? Hoe kun je ermee leven dat je ooit een verkrachter zult voortbrengen? Waarom laat je het niet gewoon weghalen? Het is pijnloos. Je merkt er niets van.’
Dat was de grootst mogelijke onzin. Iedereen praatte elkaar maar na. Hij had genoeg verhalen gehoord van mannen die het hadden laten weghalen, en naast hun vrouw wakker werden en walgden van het wezen naast hen. ‘Ze hebben alle grote parfummakers moeten behandelen. Dat is geen toeval.’
‘Dat is statistisch niet onderbouwd.’
‘Het gen is er niet voor niets.’
Ze lachte. ‘Omdat God het je gegeven heeft, mogen we er niets aan doen?’ Ze keek in zijn ogen, dezelfde grote kijkers als waar hij gisteren in verdronken was. ‘Het stelt echt niets voor. En daarna ben je vrij.’
(Uit: ‘De begeerten van vreemden’ door Joost Uitdehaag. Gepubliceerd in Pake Pollok en andere verhalen (2023). Je kunt het verhaal hier online lezen.)
Ik draai mijn pols en kijk op de display van mijn TijdLijn. Nog een paar uur. Dan is het voorbij en kunnen we fris beginnen.
Nachtstad is de stad van belofte, waar alles kan. En wat niet kan, wis je uit je TijdLijn en vergeet je. Eenvoudig. Prijs de Reset.
Ik pak mijn jas van de kapstok en knip het licht uit. Er klinkt een harde knal en de hemel achter het raam licht op. Rode, gele en blauwe sterrenregens werpen woest bewegende schaduwen over de wolkenkrabbers. Vuurwerk. Wild gejuich klinkt uit de straat.
In het donkere kantoor slaak ik een diepe zucht. Op één of andere manier ben ik opgelucht vanwege de naderende Reset. Een onbestemd gevoel. Waarom, ik weet het niet. Misschien is het een schaduw van een herinnering, vonken uit het verleden, een laatste restantje uit een vergeten vorig leven. Langzaam loop ik naar de deur.
(Uit: ‘Reset’ door Jorrit de Klerk. Gepubliceerd in EdgeZero: de beste genreverhalen van 2015 (2016). Je kunt het verhaal hier online lezen.)
Als ik niets meer hoor of voel fladderen, open ik mijn ogen en kijk recht in de ogen van het skelet.
Of beter: naar waar zijn ogen ooit moeten hebben gezeten.
Staat die schedel nou anders dan voordat ik mijn ogen sloot? Een beetje meer naar links geheld en iets dichterbij?
Ik slaak een diepe zucht en grinnik: doe normaal, Latigo, dat skelet zit doodstil … misschien al tien of twintig jaar! Afgezien van wat verdwaalde wormen en kevers zit er geen beweging meer in: geen leven. Ik laat mijn revolver twee keer om mijn wijsvinger wentelen, steek hem in mijn holster en gesp het zekeringsriempje dat de revolver op zijn plaats houdt weer vast. ‘Sorry, mijn witte vriend, vannacht zul je mijn gezelschap voor lief moeten nemen.’ Ik richt me op. ‘Hopelijk zal het mij niet hetzelfde vergaan als jij.’
(Uit: ‘De legende van Latigo Barton’ door Django Mathijsen. Gepubliceerd in EdgeZero: de beste genreverhalen van 2022 (2023). Je kunt het verhaal hier online lezen.)
Het is niet makkelijk als djinn om je staande te houden in deze maatschappij. Als tijdloze wezens moeten wij ook met onze tijd meegaan. Gelukkig bestaan er tegenwoordig mobieltjes met een touchscreen. Wanneer iemand erover wrijft om vingervlekken weg te vegen, verschijn ik.
Het is niet ideaal. Zo’n telefoon is veel te klein om in te wonen, zelfs voor een djinn. Bijna geen ruimte tussen het scherm en de achterkant. Mooi groot raam, dat wel. Maar de boel een beetje inrichten is er niet bij. En daarbij komt dat je elke paar jaar moet verhuizen. Mensen willen nu eenmaal het nieuwste model hebben. Ik zit dus niet veel binnen.
(Uit: ‘Wensgeest’ door Rebecca Palmas. Gepubliceerd op Out of this world (2024). Je kunt het verhaal hier online lezen.)
‘Bestaan er geen plannen meer om mensen te klonen?’
‘Ach,’ zegt hij, voorzichtig. ‘Het is een moeilijk punt. Er is biologisch materiaal zat, dat is het probleem niet…’
‘Jullie willen geen vervelende voorouders meer in de buurt…’ Ze klinkt ironisch, maar op een zachtaardige manier. ‘Jullie willen niemand meer die over jullie schouder kijkt.’
‘We hebben nooit het verdwijnen van de mensheid gewild,’ wijst hij haar terecht.
‘Oh, nee, dat besef ik maar al te goed. Biologische soorten evolueren en uiteindelijk betekent het dat ze gewoon verdwijnen. Wij zijn aan de beurt, dat is alles.’ Ze kucht, moeizaam. ‘Dus ik ben de laatste …’
‘Dat weten we niet met zekerheid, maar ja, we nemen aan van wel.’
(Uit: ‘Nix’ door Guido Eekhaut. Gepubliceerd op Fantasize (2023). Je kunt het verhaal hier online lezen.)
‘We zullen niet stoppen! We zullen niet opgeven! De Sabbat strijdt voor de grondrechten van iedere werker van de Kunst, hoe groot of klein zijn of haar vaardigheid ook! Grondrechten die iedere Nederlandse burger als vanzelfsprekendheid zou mogen aannemen! Wij pleiten voor afschaffing van de controles! Onschuldig tot het tegendeel bewezen is, niet tot er wierook in je woning is aangetroffen! Toverstokken zijn geen geweren, bezems geen verboden voertuigen! En als heks geboren worden, dat is een zegen, geen misdrijf. Zeg nee tegen de Voynich-test!’
De leuzen schalden de Hofplaats over, versterkt door de met mirte omwonden megafoon die Desiree Welmoed, hoofd van de Sabbat, tegen haar volle lippen hield. Ze demonstreerde al drie uur lang, geheel op eigen wijze, zwevend op haar bezem drie, vier meter boven het plaveisel. Haar lange, goudblonde haren wapperden in de wind en op haar knappe gezicht – geen karbonkel of pukkel te bekennen, een totale ontkenning van het cliché – stond een permanente strijdlustige lach.
(Uit: ‘Tien Dagen Politici Plagen’ door Wouter van Gorp. Gepubliceerd in Zomerwoorden (Nimisa, 2022). Je kunt het verhaal hier online lezen.)
De hallen van dit koninkrijk hebben vele deuren met rode en groene lichten. Sommige lichten zijn uit; een afwezigheid, niet alleen van het licht, maar ook van de ziel die eens op de troon hier binnen zat. Als ik de hoek omloop zie ik net een god de kamer verlaten met haar handschoenen nog aan en een blad in haar handen met een auto-injectienaald waarvan ik weet dat er een zwaar verdovend middel in zit. Het is mijn teken, mijn omen. Ik ben slim genoeg om te erkennen dat het lot me begunstigt.
Ik kijk om me heen en glijd de kamer in, ongezien, mijn trillende rechterhand klemvast om de scalpel. Een koude rilling loopt over mijn rug. Zoals altijd aarzel ik, voel ik een bijna tastbare weerstand tegen wat ik zometeen zal doen, het offer dat ik zal brengen aan andere goden dan degene die in deze hallen rondwaren. We kunnen allemaal een Schaduw van Genade zijn, op het juiste moment. Met grote helderheid besef ik dat dit zo’n moment is.
(Uit: ‘Tot het rode licht…’ door Mike Jansen. Gepubliceerd in Caligo en andere duistere verhalen (Verschijnsel 2016 en EdgeZero 2024). Je kunt het verhaal hier online lezen.)
‘Door het verleden langzaam te laten vergaan, kunnen we ons losmaken van de last van vroeger, we worden dan niet meer geconfronteerd met de schulden die inmiddels afgelost zijn, overtredingen die al lang zijn bestraft of allesverterende wraakgevoelens. We hoeven niet meer te zijn wie we vroeger waren. Dat is waarom privacybeschermers interesse hebben in mijn algoritme. Het kan alle persoonlijke gegevens uit databases verwijderen. Je vroegere zelf vervaagt ermee uit de archieven, zodat je uiteindelijk herboren kunt worden. Het is wederopstanding, verlossing.’
(Uit ‘Algorhythm’n’blues’ door Jack Schlimazlnik. Gepubliceerd in EdgeZero. De beste Nederlandse genreverhalen uit 2016 (EdgeZero Publicaties, 2017). Je kunt het verhaal hier online lezen.)
‘Aan hoeveel had u gedacht?’ vroeg de grijsaard.
Hij knipperde met zijn ogen.
‘Tijd, my lord. Aan hoeveel tijd had u gedacht? En wat wenst uwe edelheid precies? Terugdraaien? Stelen? Ongeoorloofd versnellen of vertragen? Stilzetten?’
Stilzetten? Hij had niet eens geweten dat dat mogelijk was. Net zoals iedereen in de hogere kringen maakte hij veelvuldig van tijdsmanipulatie gebruik, maar tot nu toe was dat steeds binnen de limieten van de wet gebeurd. Of toch niet zover erbuiten dat de winkels waar hij zich gewoonlijk liet bedienen, hem niet wilden helpen. Een gesmokkeld uurtje van plezier, een paar minuten bedenktijd bij een belangrijke overeenkomst, dat soort dingen. Dit echter …
(Uit ‘Tijdsschuld’ door Isabelle Plomteux. Gepubliceerd in Vonk Magazine 2021-2 (2021). Je kunt het verhaal hier online lezen.)
‘Ik kom van negen miljard jaar in je toekomst. De zon is gekrompen tot een witte dwerg en hangt boven Rhimyrr, de Stad van Porselein. Niet meer dan een fonkelende lichtpunt, al is zij nog steeds te fel om recht in te kijken. Onze oceanen zijn miljoenen jaren geleden tot zoutvelden verdampt en hebben de bekkens glanzend wit achtergelaten. De eenvoud van zo’n landschap bevalt ons.’
‘Je bent een tijdreiziger.’
‘Heel wat meer dan dat. Een tijdschrijver, een componist. Zie het einde der tijden als een hoge bergpiek waarvan we omlaag kijken. Het verleden heeft niets met jaartallen te maken. Ieder leven is voor ons een verhaal en daar bladeren wij genietend in. We zien baby’s opzwellen tot lachende kleuters. We zien dappere daden, walgelijk opportunisme, vurige liefde die uitsputtert tot verveling. Elk levensverhaal is prachtig maar sommige verhalen kunnen beter.’
(Uit: ‘Heidelberg, mon amour’ door Jaap Boekestein en Tais Teng. Gepubliceerd in Fantastische Vertellingen 43 (2017) en Maansikkels tellen (Macc, 2023). Je kunt het verhaal hier online lezen.)
Laatst bijgewerkt, behoudens tekstuele correcties: 5 maart 2025